Dibond boren is hetzelfde als het boren van volle aluminium plaat en kunststofplaten. Voor het boren van alupanel / Dibond volstaan de reguliere boormachines en boren. Als boor kiest u een spiraalboor van High Speed Steel (HSS) met een boorhoek van tussen de 100 en 140 graden. Omwille van de precisie kunt u een boor kiezen met een centreerpunt. U kunt natuurlijk ook het boorgat centreren met een centerpunt, maar dan moet u wel behoedzaam zijn bij het inslaan van het puntje. Wij raden aan om een centerpunt met een smalle, stompe punt te nemen en een lichte hamer te gebruiken. Het is niet de bedoeling dat de centerpunt de toplaag perforeert. Bij het gebruik van een lichte hamer voorkomt u dat de kernlaag een te grote ‘tik’ krijg en gaat barsten.

Afhankelijk van de boordiameter en plaatdikte kan het toerental variëren, met een toerental van 900 toeren zit u altijd goed. Bij het boren van aluminium Dibond moet u rekening houden met de warmtegeleidende eigenschappen van het materiaal. Dibond geleidt warmte zeer slecht, waardoor de boorwarmte in het materiaal blijft. Bij een te hoog toerental, of een te grote aanlegdruk kan het kernmateriaal gaan smelten, dit moet u ten allen tijde voorkomen. Als u een boormachine met koeling hebt, is het aan te raden om de koeling in te schakelen. Heeft u geen koeling? Houdt dan het toerental en de boorsnelheid in de gaten. Geef de boorspaan de mogelijkheid om af te breken door de boor af en toe even te lichten.

We raden u aan om elk boorgat lichtjes te verzinken, zodat de toplaag netjes afgewerkt is en er geen bramen op het boorgat achterblijven. Door de toplaag netjes af te werken voorkomt u dat het materiaal gaat inscheuren. Gebruik een soevereinboor met een grote tophoek.